Handwerk
De osteopaat is in staat om
te herkennen welke organen, bindweefsels, botten, zenuwen of wervels minder
bewegelijk zijn geworden. Bij een behandeling neemt hij die delen van
het lichaam onder handen, die de klacht veroorzaken, of die een ander
orgaan, zenuw of wervel ertoe brengen de klacht te veroorzaken.
De osteopaat zal in een behandeling
proberen de oorzaak van een klacht weg te nemen, in de verwachting dat
daarmee het lichaam in staat gesteld wordt zichzelf verder te herstellen.
Behandelingen volgen daarom niet kort op elkaar. Een behandeling kan een
half uur tot een uur duren. Bron:
Folder NVO 1999
Het lichaam is een eenheid
De osteopathie gaat uit van
de gedachte dat het menselijk lichaam een eenheid is. Dat lichaam bestaat
uit verschillende systemen die elkaar in evenwicht houden en heeft een
natuurlijk vermogen om storingen te verhelpen. Als het lichaam gezond
is gebeurt dat ook. Is het evenwicht verstoord geraakt, bijvoorbeeld door
een ongeluk, een ziekte of operatie, stress of slechte voedingsgewoonten,
dan heeft het lichaam vaak hulp nodig om het evenwicht te herstellen.
Een Osteopaat kan het lichaam daarbij helpen. Dat kan hij bij het bewegingsapparaat,
dat bestaat uit gewrichten, spieren en kapsels. Maar ook bij organen en
het hoofd. Want organen en schedelbotten zijn net als spieren en gewrichten
altijd onderhevig aan verandering. Cellen worden afgebroken, nieuwe worden
aangemaakt. Maar als er in dit proces iets misgaat door het vastzitten
van structuren, kunnen er klachten optreden. Zo kan het bijvoorbeeld zijn
dat darmkrampjes bij baby´s veroorzaakt worden doordat bij de geboorte
hun schedelbasis te weinig ruimte heeft gehad in het geboortekanaal. Daardoor
kan een zenuw of een bloedvat in de verdrukking raken. Door het hoofdje
te behandelen, verdwijnen de krampjes. Zo kan ook hoge bloeddruk veroorzaakt
worden door een nier die onvoldoende kan bewegen. Of kunnen schouderklachten
veroorzaakt worden door verklevingen rond de lever.
Verschil met andere therapieën
De reguliere gezondheidszorg
gaat zich steeds meer richten op één deel van het lichaam. Er bestaan
nu ook specialisten binnen een specialisme (bijvoorbeeld voor de alvleesklier
of de knie); de zogenaamde superspecialisten. Daarmee bestaat ook het
risico dat men het overzicht kwijtraakt; de onderlinge samenwerking van
al die delen. Osteopathie kijkt juist naar het totale plaatje en probeert
te achterhalen waar die samenwerking niet goed verloopt. Door dat te verbeteren
kan het lichaam zichzelf weer herstellen. Daardoor werken wij ook preventief
en zijn we in staat om ernstige klachten te herkennen en u gericht door
te verwijzen.
Sander Kales, osteopaat
Sander is in 1992 afgestudeerd
als fysiotherapeut aan de Hogeschool Haarlem. In oktober 2001 is hij afgestudeerd
als Osteopaat aan The International Academy of Osteopathy te Gent. Hij
heeft opleidingen gevolgd in Haptonomie, Applied Kinesiology, Orthomoleculaire
Voeding en Geintegreerde Technieken volgens de Bakker.